Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 12 december 2022 een asielaanvraag in vanwege zijn bekering tot het Bahai-geloof en afvalligheid van de Islam. De minister wees de aanvraag op 8 november 2024 af wegens ongeloofwaardigheid van de afvalligheid, gebaseerd op het niet tijdig indienen van de aanvraag en gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de afvalligheid ongeloofwaardig zou zijn. De minister heeft de asielmotieven afvalligheid en bekering als afzonderlijke motieven beoordeeld, maar niet duidelijk gemaakt dat ook de afvalligheid inhoudelijk is getoetst op geloofwaardigheid.
Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten van eiser aan de minister opgelegd.