Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Den Haag
Eiseres sloot eind 2022 een aannemingsovereenkomst met gedaagde voor een dakrenovatie aan haar woning te Den Haag, uitgevoerd op 30 januari 2023. Na oplevering constateerde eiseres schade aan de binnenzijde van de woning, waaronder spijkers door het dakbeschot. Ondanks toezeggingen van gedaagde tot herstel, bleef dit uit. Eiseres stelde gedaagde in gebreke en schakelde DEKRA in voor een inspectie, die de schade op €19.919,- begrootte.
Gedaagde betwistte de overeenkomst en stelde dat vermoedelijk zijn broer en schoonzus zonder zijn toestemming de handelsnaam hadden gebruikt, en dat hij aangifte had gedaan van identiteitsfraude. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres zich met succes kon beroepen op artikel 25 lid 3 Handelsregisterwet Pro, omdat zij niet wist of behoorde te weten dat de inschrijving onjuist was. Gedaagde had nagelaten de uitschrijving van zijn onderneming tijdig te controleren.
De rechtbank stelde vast dat de gebreken direct na oplevering zichtbaar waren en dat gedaagde herhaaldelijk de kans had gehad tot herstel, maar dit naliet. De schade en kosten van het deskundigenrapport werden toegewezen, evenals de wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €22.475,13 schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten.