ECLI:NL:RBDHA:2025:15620

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 augustus 2025
Publicatiedatum
21 augustus 2025
Zaaknummer
NL24.20923
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) Nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van januari 2023. Verweerder heeft een overnameverzoek ingediend bij de Italiaanse autoriteiten, dat fictief werd aanvaard, waardoor Nederland vanaf november 2023 verantwoordelijk werd voor de behandeling.

De beslistermijn op de asielaanvraag bedraagt zes maanden, beginnend op 10 november 2023, en zou derhalve eindigen op 10 mei 2024. De ingebrekestelling van eiser werd echter al op 25 april 2024 ingediend, voordat deze termijn was verstreken.

De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke termijn van zes maanden geldt. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege de prematuur ingediende ingebrekestelling.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke verlengingen zijn afgewezen en benadrukt dat het moment van aanvang van de beslistermijn afhankelijk is van de vaststelling van de verantwoordelijkheid van Nederland voor de asielaanvraag.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

Uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.20923
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Igdeli), en
de minister van Asiel en Migratie,1 verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 16 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 15 januari 2023.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
Verweerder heeft onderzocht of de asielaanvraag van eiser niet in behandeling moet worden genomen omdat een andere lidstaat van de Europese Unie daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 604/2103 (Dublinverordening). Artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bepaalt dat de beslistermijn in dergelijke gevallen aanvangt op het moment waarop is komen vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is of zal worden voor de behandeling van de asielaanvraag. Dat moment is in ieder geval aangebroken wanneer de in de Dublinverordening neergelegde uiterste overdrachtstermijn is verstreken. Dat moment kan zich echter ook eerder voordoen, bijvoorbeeld als verweerder zelf eerder besluit om de asielaanvraag aan zich te trekken of als door feiten en omstandigheden blijkt dat de
verantwoordelijkheid vanaf een bepaald moment aan Nederland behoort of zal gaan behoren.
3. Verweerder heeft op 8 maart 2023 een overnameverzoek ingediend bij de Italiaanse autoriteiten. Het overnameverzoek is fictief aanvaard door de Italiaanse autoriteiten op 9 mei 2023. Dit betekent dat verweerder tot en met 9 november 2023 de gelegenheid had om eiser over te dragen. Verweerder heeft eiser niet tijdig overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten. Dit betekent dat verweerder vanaf 10 november 2023 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. Voor zover verweerder met de WBV 2023/32 de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd,3 is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd.4 Zij verwijst in dat verband naar haar uitspraak van 12 juni 2025.5 De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is.
5. In het geval van eiser vangt de beslistermijn aan op 10 november 2023. De beslistermijn zou daarom op 10 mei 2024 eindigen. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling, ingediend op 25 april 2024, de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2 Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
3 Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
4 Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278.
5 Besluit van 27 december 2023, nummer WBV 2023/26, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in de Staatscourant 2024, 473.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.