ECLI:NL:RBDHA:2025:1566
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak met Dublin-toepassing Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek niet in behandeling genomen op grond van de verantwoordelijkheid van Kroatië volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 januari 2025 behandeld, samen met een aanverwante zaak.
Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL24.42713) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,00.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,00 aan proceskosten.