Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 8 oktober 2023 en verlengde de beslistermijn met negen maanden. Eiser stelde de minister op 20 juni 2025 tijdig in gebreke en diende daarna beroep in. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van 21 maanden is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening is gehouden met het belang van een snelle en zorgvuldige besluitvorming. Omdat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND niet langer bindend is, verbindt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 aan het niet tijdig beslissen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiser van € 453,50, aangezien eiser een professionele juridische hulpverlener inschakelde. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 20 augustus 2025.