Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [land] , eiser
het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing op het verzoek heeft verweerder erop gewezen dat de jaarstukken al openbaar zijn. Deze zijn vastgesteld conform de aan de ledenvergadering aangeboden concepten. Verder heeft verweerder erop gewezen dat het verslag van de ALV van 20 juni 2023 ongewijzigd is vastgesteld.
verzoek. De tekst van het Wooverzoek is leidend voor het antwoord op de vraag welke documenten binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. [4] Deze zaak ziet op zo een verzoek.
verstrekken. De verstrekking van die informatie is echter een feitelijke handeling, waartegen ook geen bezwaar of beroep openstaat. [7] Het is het bestuursorgaan toegestaan de reeds openbare informatie te verstrekken door te wijzen op de vindplaats van die informatie.
nietreeds openbaar, dan besluit het bestuursorgaan – behoudens de uitzonderingen uit de Woo – tot openbaarmaking en verstrekt hij de informatie aan verzoeker. Het besluit tot openbaarmaking is vatbaar voor bezwaar en beroep, de tenuitvoerlegging van een besluit tot openbaarmaking door het verstrekken van de betrokken documenten daarentegen is een feitelijke handeling en staat daarom niet ter beoordeling van de bestuursrechter. Dit is anders voor de vorm van de informatieverstrekking. De vorm van de verzochte informatie is onderdeel van het Wooverzoek en het besluit daarop en verzoeker kan hiertegen opkomen in het bezwaar en beroep dat is gericht tegen het Woo-besluit. [8] Dit neemt niet weg dat als de informatie reeds in een voor de verzoeker gemakkelijk toegankelijke vorm voor het publiek beschikbaar is, het bestuursorgaan de informatie niet hoeft te verstrekken, maar kan volstaan met de mededeling waar de informatie te vinden is. Dit volgt uit artikel 4.5, tweede lid, van de Woo. [9] Verweerder hoeft de informatie voorts niet in andere vorm aan verzoeker te verstrekken, als verzoeker daarom verzoekt. [10] Blijken de stukken waarom is verzocht reeds in het bezit van de verzoeker, dan neemt het bestuursorgaan wel een besluit tot openbaarmaking, maar hoeft hij de informatie niet meer feitelijk aan verzoeker te verstrekken. De informatie is immers al in het bezit van de verzoeker. Met het nemen van het Woo-besluit is de informatie in zo’n geval openbaar geworden. [11] De rechtbank merkt daarnaast nog op dat de Woo alleen ziet op openbaarmaking van al bestaande documenten (informatie). Er geldt in zoverre geen vervaardigingsplicht voor het bestuursorgaan. [12] Er geldt ook geen bewerkingsplicht. [13] Het bestuursorgaan hoeft daarnaast in beginsel niet in te staan voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. [14]