ECLI:NL:RBDHA:2025:15727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
Eiser, geboren in 2001 en van Syrische nationaliteit, diende op 8 maart 2024 een verzoek om naturalisatie in. Verweerder wees dit verzoek af vanwege ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde, onder meer omdat er openstaande strafzaken waren en eerdere veroordelingen voor rijden zonder rijbewijs en belediging van een politiefunctionaris.
Eiser betwistte de juistheid van de Justitiële documentatie en wees erop dat hij inmiddels vrijgesproken is van de belediging en dat de taakstraf is verminderd. De rechtbank overwoog dat het beslismoment voor naturalisatie het moment van het verzoek of de beslissing daarop is, en dat gewijzigde omstandigheden daarna niet in aanmerking worden genomen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aan de voorwaarden voldoet vanwege de openstaande strafzaken en ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde. De door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden werden niet als zodanig bijzonder beoordeeld dat van het beleid moest worden afgeweken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eiser een nieuw verzoek kan indienen zodra hij aan de voorwaarden voldoet. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om naturalisatie wordt ongegrond verklaard.