ECLI:NL:RVS:2024:4395
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens openbare orde
Appellant, met de Syrische nationaliteit, verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees dit af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een openstaande strafzaak wegens rijden onder invloed.
De politierechter veroordeelde appellant tot een geldboete van €650, subsidiair dertien dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de politierechter en bevestigde de geldboete en hechtenis. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris terecht het beleid volgde dat bij serieuze verdenkingen van een misdrijf naturalisatie geweigerd wordt.
Appellant voerde aan dat de zaak aangehouden had moeten worden in afwachting van het hoger beroep in de strafzaak, en dat de opgelegde geldboete onvoldoende was voor ernstige vermoedens. De Raad van State verwierp deze argumenten, verwijzend naar het beleid en eerdere jurisprudentie. Appellant trok zijn overige betogen in tijdens de zitting. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd.