Verzoekster, Bouldercentrum Delfts Bleau B.V., heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen de tijdelijke omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Delft heeft verleend aan vergunninghoudster De Klimmuur B.V. voor het realiseren van een boulderhal aan een adres in Delft voor een periode van tien jaar.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 22 augustus 2025 en het verzoek afgewezen omdat het spoedeisend belang ontbreekt. Naar verwachting zal uiterlijk in november 2025 op het bezwaar worden beslist en zal de boulderhal niet eerder dan januari 2026 open gaan. De tussentijdse werkzaamheden zijn niet onomkeerbaar en raken verzoekster niet in haar belang.
De voorzieningenrechter oordeelde verder dat het mogelijke verlies van klanten vóór opening van de hal niet aannemelijk is en dat financieel nadeel op zichzelf geen toereikend spoedeisend belang vormt. Ook werd gewezen op een eerdere niet vergelijkbare uitspraak waarbij een kinderdagverblijf al eerder zou openen.
De voorlopige voorziening wordt niet toegewezen, het bestreden besluit wordt niet geschorst en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.