ECLI:NL:RBDHA:2025:15787
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 3 Vreemdelingenwet
Bij besluit van 31 juli 2025 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. De zaak is schriftelijk behandeld waarbij de rechtbank op 22 augustus 2025 het onderzoek sloot.
Eiser stelde dat hij detentieongeschikt is vanwege medische problemen zoals diabetes, gordelroos en hoge bloeddruk, en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat geen minder dwingende maar doeltreffende maatregelen beschikbaar waren. Eiser heeft zijn medische klachten niet met stukken onderbouwd, terwijl dat op zijn weg lag. Tevens is gebleken dat eiser geen medicatie nodig achtte en toegang heeft tot medische zorg in het detentiecentrum.
De rechtbank concludeert dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.