ECLI:NL:RBDHA:2025:1580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, van Ugandese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat hij bijzonder kwetsbaar is vanwege PTSS en psychische klachten en dat de minister aanvullende garanties moest vragen aan Spanje.
De rechtbank overwoog dat het arrest Tarakhel van het EHRM bijzondere garanties vereist voor kwetsbare personen, maar oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tot deze groep behoort. De medische stukken toonden geen lopende specialistische behandeling die aanvullende garanties rechtvaardigt. Ook de wens voor een kamer op de begane grond was onvoldoende onderbouwd.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de asielaanvraag niet aan zich trok op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, ondanks zijn homoseksualiteit en trauma. De rechtbank vond dat de minister dit voldoende had meegewogen en gemotiveerd, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en garanties van Spanje.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.