ECLI:NL:RBDHA:2025:1585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak over Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 24 december 2024. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak NL24.49175 op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd op 14 januari 2025 in het openbaar gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van de griffier K.L.H. Thomas. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.