ECLI:NL:RBDHA:2025:15930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering ernstig misdrijf artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vanwege de consummatie van zijn huwelijk met zijn toen veertienjarige nicht in Turkije. De minister stelde dat seksuele handelingen met een minderjarige onder de vijftien jaar een ernstig misdrijf zijn, maar de rechtbank oordeelde dat de minister deze stelling onvoldoende heeft gemotiveerd en het besluit onzorgvuldig heeft voorbereid.
De rechtbank stelde vast dat binnen de Europese Unie geen consensus bestaat over de minimumleeftijd voor seksuele toestemming en dat zeven lidstaten een leeftijd van veertien jaar hanteren. Dit ondermijnt de stelling van de minister dat er internationale consensus is dat het gepleegde feit een ernstig misdrijf is. Bovendien is het relevant of de nicht van eiser heeft ingestemd met het huwelijk en de consummatie daarvan, wat nader onderzoek vereist.
De minister had onvoldoende rekening gehouden met de feitelijke straftoemeting in vergelijkbare zaken en met verzachtende omstandigheden zoals de wederzijdse relatie, het ontbreken van dwang en het geringe leeftijdsverschil. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze omstandigheden en onvoldoende had gemotiveerd waarom het besluit was genomen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldige voorbereiding.