ECLI:NL:RBDHA:2025:1595
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening voor Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat hij in Kroatië een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling en dat er sprake is van ontoereikende opvangvoorzieningen en pushbacks. Hij verwees naar diverse rapporten en lopende procedures die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ter discussie stellen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat hij een reëel risico loopt op schending van zijn rechten bij overdracht aan Kroatië.
Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden rechtvaardigen niet dat de minister de aanvraag aan zich trekt op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit van de minister.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.