ECLI:NL:RBDHA:2025:15988

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 augustus 2025
Publicatiedatum
27 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.37899
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring en verzoek lichter middel afgewezen

Eiser, een Algerijnse nationaliteithebbende vreemdeling, is op 9 juli 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. Tegen het voortduren van deze maatregel heeft eiser op 13 augustus 2025 beroep ingesteld met het verzoek om tevens een schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 20 augustus 2025 zonder zitting.

De rechtbank heeft overwogen dat zij de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring reeds eerder heeft getoetst en dat deze tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op het voortduren van de maatregel sinds 18 juli 2025.

Eiser verzocht om toepassing van een lichter middel, zoals verblijf in een asielzoekerscentrum, tot zijn uitzetting naar Algerije op 29 augustus 2025. De rechtbank oordeelt dat de gronden voor de bewaring nog steeds gelden, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigen en de bewaring is niet onevenredig bezwarend. De voorgenomen uitzetting op korte termijn weegt ook mee.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een lichter middel en schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37899
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 9 juli 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. [1] Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft op 13 augustus 2025 tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om een schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft [2] en heeft het onderzoek gesloten op 20 augustus 2025.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1983 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. [3] Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds de sluiting van het onderzoek in het laatste beroep, 18 juli 2025.
Lichter middel
4. Eiser stelt in zijn gronden van beroep dat hij geen opmerkingen heeft ten aanzien van de voortgang van eisers uitzetting. Wel verzoekt eiser om de toepassing van een lichter middel totdat zijn uitzetting naar Algerije zal plaatsvinden op 29 augustus 2025. Eiser verzoekt om tot die tijd in een AZC te mogen verblijven, omdat de ruim twee maanden waarin hij in vreemdelingenbewaring heeft moeten verblijven hem zwaar vallen.
5. Deze beroepsgrond slaagt niet. De gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, zijn nog steeds van toepassing. Deze gronden zijn voldoende om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die, gelet op het onttrekkingsrisico, maken dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen. Verder is ook niet gebleken dat de bewaring onevenredig bezwarend is. Daarnaast wordt in aanmerking genomen dat verweerder voornemens is om eiser op zeer korte termijn uit te zetten.
6. Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 27 augustus 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.
3.Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 juli 2025: ECLI:NL:RBDHA:2025:11663.