ECLI:NL:RBDHA:2025:16004
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 26 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel eerder getoetst en op 10 juni 2025 als rechtmatig beoordeeld. De minister heeft de rechtbank op 14 augustus 2025 geïnformeerd over het voortduren van de bewaring, wat gelijkgesteld wordt met een nieuw beroep.
Eiser voert aan dat de vervolgkennisgeving niet tijdig is ingediend en dat de minister onvoldoende voortvarend is in de uitzetting, met name vanwege het ontbreken van een snelle presentatiedatum bij de ambassade. De rechtbank oordeelt dat de vervolgkennisgeving tijdig is ingediend binnen de wettelijke termijn van 75 dagen en dat de minister voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder meerdere rappels en geplande presentaties.
De rechtbank ziet geen grond om de maatregel van bewaring te beëindigen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en bepaalt dat de minister de proceskosten niet hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter D. Bruinse - Pot en griffier N. ter Horst en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.