ECLI:NL:RBDHA:2025:16035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring in het vreemdelingenrecht met betrekking tot identiteitsvaststelling
Op 28 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak tussen een eiser en de minister van Asiel en Migratie, vertegenwoordigd door mr. I.M. Zuidhoek. De zaak betreft een vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring die op 17 juni 2025 aan de eiser is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had eerder op 4 juli 2025 al een uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van deze maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 22 augustus 2025 gesloten en besloten dat de zaak niet op zitting behandeld zou worden. In de beoordeling heeft de rechtbank vastgesteld dat de maatregel van bewaring rechtmatig was tot 1 juli 2025, maar moest nu beoordelen of het voortduren van de maatregel sindsdien nog gerechtvaardigd was. Eiser stelde dat er geen identiteitsdocumenten beschikbaar waren, wat buiten zijn macht lag, en vroeg om een lichter middel. De rechtbank oordeelde echter dat de omstandigheden niet voldoende waren om de belangenafweging in het voordeel van de eiser te laten uitvallen. De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de belangen van de minister niet meer zouden laten prevaleren boven die van de eiser.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard, waardoor de maatregel van bewaring in stand blijft en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.