Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
21 mei 2024 aanvaard.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 28 augustus 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat voor de asielaanvraag is aangewezen.
Eiser stelde dat de minister ten onrechte een standaardvoornemen had uitgebracht en onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke ervaringen in Kroatië, en dat Griekenland verantwoordelijk zou moeten zijn. De rechtbank oordeelde dat het voornemen aan de vereisten voldeed en dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom Kroatië verantwoordelijk is, mede omdat Kroatië het verzoek tot terugname had geaccepteerd.
Verder stelde eiser dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten plaatsvinden vanwege bijzondere omstandigheden, maar de rechtbank vond dat de minister terecht geen toepassing gaf omdat de persoonlijke ervaringen van eiser onvoldoende waren onderbouwd. Ook het betoog over pushbacks en tekortkomingen in Kroatië werd verworpen, gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.