ECLI:NL:RBDHA:2025:16061

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 augustus 2025
Publicatiedatum
28 augustus 2025
Zaaknummer
AWB25/348
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de ROV-3-maatregel opgelegd aan een Salvadoraanse asielzoeker na incident in asielzoekerscentrum

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 28 augustus 2025, wordt het beroep van een Salvadoraanse asielzoeker beoordeeld tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om een ROV-3-maatregel op te leggen. Deze maatregel houdt in dat er gedurende vier weken een bedrag van €14,47 per week van de eiser wordt ingehouden. De rechtbank behandelt het beroep dat op 2 januari 2025 is ingesteld tegen het besluit van 24 december 2024, waarin het COa een incident met middelgrote impact heeft vastgesteld waarbij de eiser zich verbaal agressief heeft gedragen. De rechtbank heeft op 22 augustus 2025 de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van het COa aanwezig was.

De rechtbank concludeert dat er onvoldoende aanleiding is om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. Eiser heeft de feiten van het incident niet betwist, maar heeft enkel de context geschetst. De rechtbank oordeelt dat de kwalificatie van het COa van het incident als middelgrote impact terecht is. Eiser betoogt dat de maatregel onrechtmatig is omdat hem zou zijn medegedeeld dat deze voor drie weken zou gelden, maar de rechtbank vindt geen bewijs voor deze claim. Ook de stelling dat hij gedwongen is om het besluit te ondertekenen, wordt door de rechtbank verworpen.

Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wat betekent dat de eiser ongelijk krijgt en geen schadevergoeding of terugbetaling van griffierecht ontvangt. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Raad van State.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/348

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2025 in de zaak tussen

[naam], eiser,

van Salvadoraanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het COa van 24 december 2024 om aan eiser een ROV-3-maatregel op te leggen. Die maatregel houdt in dat voor de duur van vier weken een bedrag van €14,47 per week wordt ingehouden.
1.1.
Eiser heeft op 2 januari 2025 beroep ingesteld tegen voornoemd besluit.
1.2.
Het COa heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het COa. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
2. Het COa heeft geconstateerd dat op 24 december 2024 een incident heeft plaatsgevonden op het asielzoekerscentrum in Groningen. Uit de rapportage is gebleken dat eiser zich verbaal agressief heeft gedragen richting medewerkers van Trigion en een medebewoner. Het COa heeft dit incident gekwalificeerd als een incident met middelgrote impact. De door eiser gegeven zienswijze naar aanleiding van het voornemen een ROV-maatregel op te leggen, gaf volgens het COa geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen. Het COa heeft daarom besloten om aan eiser een ROV-3-maatregel op te leggen voor de duur van vier weken.
De ROV-3-maatregel
3. Eiser betoogt dat de context voorafgaand aan het incident onvoldoende is meegewogen. Zo zouden eiser en zijn vader op 21 augustus 2024 fysiek zijn aangevallen door een Russische asielzoeker. Sindsdien begonnen andere vluchtelingen een vijandige houding aan te nemen tegen eiser en zijn vader. Zo zijn enkele van hun fietsen gestolen en beschadigd. Op 23 december 2024 raakten eiser en zijn vader in een verhitte discussie met twee Colombianen, waarna deze Colombianen eiser en zijn vader fysiek probeerden aan te vallen. Eiser heeft toen aan het Trigion-beveiligingspersoneel gevraagd om de politie te bellen, omdat eiser en zijn vader werden bedreigd en de Colombianen dronken waren. Eiser voert verder aan dat er door verschillende personen, te weten medewerkers van het COa en Trigion-medewerkers, strafrechtelijke feiten zouden zijn gepleegd.
3.1.
De beroepsgrond slaagt niet. In wat eiser aanvoert ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser de feiten die zien op het incident zelf niet heeft betwist en enkel de aanloop en context van het incident heeft proberen te schetsen. Deze door eiser geschetste context leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Uit de verslaglegging volgt namelijk dat eiser zich verbaal agressief heeft gedragen richting COa medewerkers, hetgeen eiser in beroep niet heeft betwist. Dat mogelijk sprake zou zijn van een langer lopend conflict met de door eiser genoemde vreemdelingen, kan daarom niet afdoen aan de gedragingen van eiser zoals deze uit de verslaglegging volgt.
4. De rechtbank stelt verder vast dat eiser de kwalificatie van het COa dat het gaat om een incident met middelgrote impact, niet heeft bestreden. De rechtbank is van oordeel dat het COa dit incident terecht, conform het Maatregelenbeleid, als een incident met middelgrote impact heeft gekwalificeerd.
Duur ROV-3-maatregel en ondertekening besluit
5. Eiser betoogt verder dat de COa-medewerkers op 24 december 2024 aan eiser hebben medegedeeld dat de ROV-maatregel zou worden opgelegd voor een duur van drie weken. Nu de financiële verstrekkingen van eiser gedurende vier weken zijn ingehouden is dit onrechtmatig. Ook stelt eiser dat hij is gedwongen het besluit te ondertekenen door de COa medewerkster.
5.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat de maatregel teruggebracht zou worden tot 3 weken. In de verslaglegging in het bewonersdossier en het bestreden besluit staat duidelijk opgenomen dat de maatregel wordt opgelegd voor 4 weken en niet voor 3 weken. Daarnaast blijkt uit het Maatregelenbeleid dat bij oplegging van een ROV-3-maatregel als uitgangspunt geldt dat het leefgeld wordt ingehouden voor een periode van 4 weken. De rechtbank ziet in het dossier geen aanknopingspunten voor het oordeel dat van een andere duur moet worden uitgegaan. De rechtbank is daarnaast niet gebleken van dwang tot het ondertekenen van het besluit. In de enkele stelling van eiser dat hij is gedwongen ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.
Strafbare feiten
6. De rechtbank overweegt dat de overige beroepsgronden, die zien op verschillende incidenten en strafbare feiten, geen doel treffen. Deze beroepsgronden zien op het al dan niet plegen van strafbare feiten en vallen daarom buiten de omvang van het geding.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier op 28 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
de rechter is buiten staat te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.