ECLI:NL:RBDHA:2025:16068
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het ingestelde beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.