ECLI:NL:RBDHA:2025:1611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 11 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij een Schengenvisum voor het gehele Schengengebied had, dat Frankrijk niet tijdig was verzocht om overname, en dat hij vreest in Frankrijk onvoldoende opvang te krijgen.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk inderdaad verantwoordelijk is omdat de Franse autoriteiten akkoord gingen met overname op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. Het visum was rechtsgeldig en het verzoek tot overname was tijdig gedaan binnen de wettelijke termijn. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is van toepassing, mede gelet op recente jurisprudentie en AIDA-rapportages.
Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij in Frankrijk een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU. Ook de medische situatie en lopende strafzaak werden onvoldoende onderbouwd om het besluit te herzien. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.