ECLI:NL:RBDHA:2025:16113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Zuid-Soedanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, aangezien Spanje een visum aan eiser heeft verstrekt.
Eiser voerde aan dat het besluit prematuur en onzorgvuldig was genomen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje niet meer kon worden gehanteerd vanwege structurele tekortkomingen in het Spaanse asielstelsel, onderbouwd met verwijzingen naar het AIDA-rapport en een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig tot stand was gekomen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing is. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook de vrees voor represailles van mensenhandelaren werd niet als bijzondere, individuele omstandigheid erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 28 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.