ECLI:NL:RBDHA:2025:16252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering, die door het UWV is geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van 34,70%, net onder de vereiste 35% voor recht op uitkering. Zowel in de primaire fase als in bezwaar zijn de beperkingen vastgesteld op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
Eiser betwist de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek in bezwaar, de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid van de door de arbeidsdeskundige geduide functies. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat het ontbreken van een spreekuurcontact in bezwaar niet onzorgvuldig is, omdat in de primaire fase wel een lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
De rechtbank vindt geen medische onderbouwing voor aanvullende beperkingen dan die in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. Ook acht zij de geduide functies passend, aangezien deze zijn gebaseerd op de beperkingen uit de FML en niet op de subjectief ervaren klachten van eiser.
De arbeidsdeskundige heeft voldoende gemotiveerd gereageerd op de bezwaargronden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering blijft geweigerd.