De rechtbank Den Haag heeft op 7 februari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een asielzoeker bezwaar maakte tegen zijn plaatsing in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) en tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie.
Het geschil ontstond na een incident waarbij eiser een medebewoner fysiek aanviel met een kopstoot, schopte en een knietje in het gezicht gaf, terwijl omstanders probeerden te bemiddelen. Het COa kwalificeerde dit als een gedraging met zeer grote impact en besloot tot plaatsing in de HTL en het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel.
De rechtbank oordeelde dat het COa voldoende en gedetailleerd had gemotiveerd waarom de plaatsing en maatregel gerechtvaardigd waren. De stellingen van eiser dat het incident anders was verlopen en dat hij uit zelfverdediging handelde, werden niet gevolgd. Het incident werd terecht als ernstig beoordeeld, ook omdat het geweld doorging nadat het slachtoffer al op de grond lag.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.