ECLI:NL:RBDHA:2025:16261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs ontoegankelijkheid medische zorg in Armenië
Eiser, een Armeense vreemdeling met een HIV-1 infectie en andere medische aandoeningen, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische redenen. De minister weigerde dit uitstel na advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat noodzakelijke medische zorg en medicatie beschikbaar zijn in Armenië.
Eiser voerde aan dat de medische behandeling niet beschikbaar en feitelijk niet toegankelijk is, onder meer vanwege financiële en veiligheidsredenen en zijn Azeri afkomst. Hij overhandigde een expertiserapport en medische correspondentie ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en concludent was en dat de minister terecht van dit advies is uitgegaan. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat de noodzakelijke behandeling niet beschikbaar of toegankelijk is. De rechtbank nam mee dat er programma's zijn voor gratis HIV-behandeling in Armenië en dat eiser in het verleden toegang tot zorg had.
Ook het risico op ernstige schade bij terugkeer wegens zijn etnische afkomst werd niet aannemelijk geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs van ontoegankelijkheid van noodzakelijke medische zorg in Armenië wordt ongegrond verklaard.