ECLI:NL:RVS:2024:4451
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor uitstel van vertrek ondanks medische noodzaak en beperkte zorgtoegang in Irak
De vreemdeling, afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio in Irak, vroeg uitstel van vertrek vanwege ernstige medische aandoeningen waaronder PTSS en zenuwschade. De staatssecretaris wees dit af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering over de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in Irak.
De Raad van State oordeelt dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat noodzakelijke zorg niet feitelijk toegankelijk is. De vreemdeling slaagde hier niet in, ondanks rapporten en correspondentie die een wisselend zorgaanbod en beperkte beschikbaarheid van behandelingen en medicijnen in Irak aantoonden.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €1000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure, waarbij de kosten worden verdeeld tussen de ministeries van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek blijft in stand.