De rechtbank Den Haag behandelde op 7 februari 2025 het beroep van een asielzoeker tegen twee besluiten: het plaatsingsbesluit van het COA om hem in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te plaatsen en de vrijheidsbeperkende maatregel van de minister. De asielzoeker had zich op 29 november 2024 niet gehouden aan een locatieverbod en bedreigde een COA-medewerker ernstig.
De rechtbank baseerde zich op de verslaglegging van het COA, waarin werd vastgesteld dat de asielzoeker ondanks een time-out en locatieverbod op de opvanglocatie in Amsterdam verscheen, agressief gedrag vertoonde en meerdere malen met de dood dreigde. Het incident werd terecht aangemerkt als een gedraging met zeer grote impact.
De rechtbank verwierp de stelling van de asielzoeker dat het incident onduidelijk was verlopen en dat hij niet wist dat hij de locatie niet mocht betreden. Ook werd geoordeeld dat het COA terecht geen lichtere maatregel had opgelegd, gezien eerdere pogingen tot gedragsbeïnvloeding zonder succes.
Daarom verklaarde de rechtbank beide beroepen ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.