ECLI:NL:RBDHA:2025:16393
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek vreemdeling
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister had dit besluit genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Tijdens de procedure blijkt dat eiser op 12 juni 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. De rechtbank stelt vast dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep, omdat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk in Nederland zocht.
Op grond van vaste rechtspraak leidt het ontbreken van contact en verblijfplaats tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk en wijst het beroep af zonder proceskosten toe te kennen.
De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier M.A. Postma en is openbaar gemaakt op 4 september 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.