ECLI:NL:RBDHA:2025:16429
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering interstatelijk vertrouwensbeginsel bij asielaanvraag Bulgarije
Eiseres, een Syrische vrouw, diende op 1 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in nadat zij op 14 oktober 2024 in Bulgarije al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Verweerder nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiseres betoogde dat Bulgarije niet aan de vereisten van de Opvang- en Procedurerichtlijnen voldoet, onder meer vanwege slechte opvangomstandigheden, onveilige situaties en onvoldoende voedselvoorziening, ondersteund door het recente AIDA-rapport van maart 2025.
De rechtbank constateerde dat het AIDA-rapport (update 2024) een verslechtering van de opvangfaciliteiten in Bulgarije aantoont en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds kan worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet volstaat met de stelling dat het nieuwe rapport geen wezenlijk ander beeld schetst dan het vorige rapport uit 2023, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak wel was betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen waarbij het meest recente AIDA-rapport en de door eiseres aangevoerde omstandigheden worden betrokken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.