Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 4 februari 2025 waarin een beslistermijn van acht weken aan de minister werd opgelegd. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft besloten, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, korter dan het gebruikelijke 8+8-wekenmodel, vanwege de overschrijding van de maximale beslistermijn van 21 maanden. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd met een maximum van €37.500 om naleving af te dwingen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres, vastgesteld op €453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Simorangkir en is openbaar bekendgemaakt op 18 juli 2025.