Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 september 2025 het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 4 augustus 2025. De maatregel was gebaseerd op artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 en had tot doel het verkrijgen van gegevens voor de beoordeling van een asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat de omzetting van de maatregel te laat had plaatsgevonden, waardoor hij ten onrechte van zijn vrijheid was beroofd. De rechtbank oordeelde dat dit beroep niet slaagt omdat de juiste maatregel van 28 juli 2025 niet ter toetsing lag en dat beroep tegen die maatregel nog mogelijk is. Daarnaast betwistte eiser de zware en lichte gronden waarop de bewaring was gebaseerd, zoals het ontbreken van een geldig paspoort, het niet naleven van een terugkeerbesluit en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank stelde vast dat de minister de gronden voldoende had gemotiveerd en dat er een reëel risico op onttrekking aan het toezicht bestond. Het verzoek van eiser om een lichter middel toe te passen werd afgewezen omdat de minister dit had overwogen en de belangen van de vrouw en kinderen van eiser waren meegewogen, maar niet doorslaggevend waren vanwege de feitelijke omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.