Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van
[eiseres] , eiseres en verzoekster: hierna eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
F.J. Klunder als tolk aanwezig.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, diende een aanvraag in voor wijziging van haar verblijfsvergunning van het doel 'zoekjaar arbeid' naar 'verblijf bij partner'. Zij onderhoudt een relatie met een Nederlandse referent die gehuwd is en met instemming van zijn echtgenote een relatie met eiseres onderhoudt, een situatie die kan worden aangeduid als polyamorie.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af op grond van meerdere redenen, waaronder het ontbreken van een duurzame relatie, het vereiste van ongehuwdheid en samenwoning. Na bezwaar bleef de afwijzing gehandhaafd. Eiseres stelde dat de redenen van ongehuwdheid en samenwoning niet mochten worden tegengeworpen en dat haar relatie wel degelijk duurzaam was, onderbouwd met WhatsApp-berichten en foto's.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een duurzame relatie zoals vereist in artikel 3.14 van het Vreemdelingenbesluit. De rechtbank hield rekening met het moment van het bestreden besluit (ex tunc-toetsing) en concludeerde dat de relatie ten tijde van het besluit te pril was, er geen samenwoning was en geen financiële of juridische verwevenheid bestond.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was eiseres te horen in bezwaar, gezien de motivering en omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit. De rechtbank bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een duurzame relatie.