Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (Uwv)
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
ookdat hij zijn eigen werk kan doen. De verzekeringsarts neemt daarbij de verschillende medische klachten van eiser in overweging en stelt vast dat het eigen werk van huiskamer medewerker, dat fysiek licht en voldoende afwisselend is, door eiser kan worden verricht. [1]
dan tijdens de werkzame periode. [2] De arts verwijst dus naar eisers gezondheidstoestand vóór zijn ziekmelding. De bezwaarverzekeringsarts stelt - ruim anderhalf jaar na eisers ziekmelding - vast dat eiser zijn eigen werk kan verrichten. Bij deze rapportage betrekt de arts eisers medische geschiedenis, waaronder de klachten die bestonden tijdens de werkzame periode, en zijn gezondheidstoestand op het moment van rapporteren. Eiser overlegt geen (medische) informatie die aannemelijk maakt dat deze rapportage niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, tegenstrijdigheden bevat of niet voldoende duidelijk is. Deze beroepsgrond slaagt niet.