Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van handel in harddrugs en het aanwezig hebben van cocaïne, methamfetamine en hennep. Het onderzoek omvatte telefoontaps, observaties en inbeslagname van drugs en geld.
Hoewel er sterke aanwijzingen waren voor betrokkenheid van verdachte bij drugshandel, kon niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat verdachte de ten laste gelegde handelingen daadwerkelijk heeft verricht. De verdachte had weliswaar toegang tot panden waar drugs werden aangetroffen, maar was niet de enige gebruiker en er ontbrak bewijs dat hij beschikkingsmacht en wetenschap had over de drugs.
De rechtbank oordeelde dat de aanwijzingen onvoldoende waren voor een bewezenverklaring en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het beslag op een geldbedrag van €1.115 werd teruggegeven aan verdachte, terwijl de overige geldbedragen in bewaring werden gesteld voor de rechthebbende.
De voorlopige hechtenis werd reeds opgeheven. De uitspraak benadrukt het belang van wettig en overtuigend bewijs bij strafzaken, ook bij sterke aanwijzingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen drugshandel en bezit harddrugs.