ECLI:NL:RBDHA:2025:16718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser op 5 januari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer heeft met zijn gemachtigde.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, geen prijs meer stelt op de bescherming waarvoor hij aanvankelijk een aanvraag deed, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Gezien het ontbreken van contact concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Schouw op 8 september 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt.