De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek in het kader van een echtscheiding tussen partijen waarbij Pools recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. De vrouw verzocht om vaststelling van een zorgregeling voor de minderjarige kinderen en om een verdeling van de schulden die voor de echtscheiding waren ontstaan.
De rechtbank constateerde dat de kinderen geen contact meer hebben met de moeder en dat een zorgregeling niet uitvoerbaar is. De moeder was niet aanwezig op de zitting en haar advocaat had zich onttrokken. De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen het best gediend is met het niet vaststellen van een zorgregeling.
Met betrekking tot de schuldenverdeling overwoog de rechtbank dat het Poolse recht geldt, waarbij hoofdelijk aansprakelijkheid bestaat voor schulden aangegaan voor de alledaagse behoeften van het gezin. De man stelde gemotiveerd dat hij niet draagplichtig is voor de schulden omdat deze niet voor het gezin zijn aangegaan en zonder zijn toestemming. De vrouw voerde geen verweer en onderbouwde haar verzoek onvoldoende. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en wees het meer of anders verzochte af.