ECLI:NL:RBDHA:2025:16744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2025
Publicatiedatum
10 september 2025
Zaaknummer
C/09/643808 / FA RK 23-1606
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Wetboek betreffende Familie en Voogdij (Polen)Art. 30 par. 2 Wetboek betreffende Familie en Voogdij (Polen)Art. 41 Wetboek betreffende Familie en Voogdij (Polen)Art. 42 Wetboek betreffende Familie en Voogdij (Polen)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgregeling en schuldenverdeling bij echtscheiding met Pools huwelijksvermogensrecht

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek in het kader van een echtscheiding tussen partijen waarbij Pools recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. De vrouw verzocht om vaststelling van een zorgregeling voor de minderjarige kinderen en om een verdeling van de schulden die voor de echtscheiding waren ontstaan.

De rechtbank constateerde dat de kinderen geen contact meer hebben met de moeder en dat een zorgregeling niet uitvoerbaar is. De moeder was niet aanwezig op de zitting en haar advocaat had zich onttrokken. De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen het best gediend is met het niet vaststellen van een zorgregeling.

Met betrekking tot de schuldenverdeling overwoog de rechtbank dat het Poolse recht geldt, waarbij hoofdelijk aansprakelijkheid bestaat voor schulden aangegaan voor de alledaagse behoeften van het gezin. De man stelde gemotiveerd dat hij niet draagplichtig is voor de schulden omdat deze niet voor het gezin zijn aangegaan en zonder zijn toestemming. De vrouw voerde geen verweer en onderbouwde haar verzoek onvoldoende. Daarom werd het verzoek afgewezen.

De rechtbank bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en wees het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: Verzoek tot zorgregeling en verdeling van schulden wordt afgewezen; partijen dragen eigen proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 23-1606 (echtscheiding)
FA RK 24-2733 (afwikkeling huwelijksvermogen)
Zaaknummers: C/09/643808 (echtscheiding)
C/09/664715 (afwikkeling huwelijksvermogen)
Datum beschikking: 17 juli 2025

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 28 februari 2023 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

volgens de huwelijksakte: [de vrouw] ,
de moeder/vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de vader/man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.B. Chylinska in Zaandam.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 24 april 2024 – voor zover hier relevant – is:
  • de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
  • bepaald dat de kinderen de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man;
  • is iedere verdere beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, het huwelijksvermogensrecht/de schulden en de proceskosten pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook van:
  • het bericht van 31 oktober 2024 van de vrouw;
  • het bericht van 1 november 2024 van de man;
  • het bericht van 12 juni 2025 van de man, met bijlage.
[kind 1] en [kind 2] hebben op 12 juni 2025 in een gesprek met de kinderrechter hun mening gegeven.
Op 19 juni 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat en tolk M.I. Kleijn-Paszko en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Inmiddels is gebleken dat de kinderen helemaal geen contact meer met de moeder hebben en dat de kinderen al een tijd niets van de moeder hebben gehoord, ook niet met kerst of de verjaardagen van de kinderen. De vader heeft op de zitting aangegeven wel twee keer geprobeerd te hebben om te bellen naar de moeder, maar dat de moeder toen niet heeft opgenomen.
De advocaat van de vader heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat er geen zorgregeling kan worden vastgesteld. De moeder is niet bereikbaar en niet beschikbaar voor de kinderen. Een zorgregeling zou niet uitvoerbaar zijn.
De Raad heeft aangegeven dat wanneer er een zorgregeling wordt opgelegd die niet uitgevoerd kan worden, dat extra verdrietig voor de kinderen is.
De rechtbank overweegt als volgt. De moeder is niet op de zitting verschenen en haar advocaat heeft zich onttrokken. De rechtbank heeft hierdoor de situatie niet met de moeder kunnen bespreken. Gelet echter op het feit dat beide kinderen aangeven geen contact meer met de moeder te willen hebben, de moeder ook geen toenadering tot de kinderen (meer) lijkt te zoeken en gelet op hetgeen de Raad heeft aangegeven, acht de rechtbank het op dit moment het meest in het belang van de kinderen om geen zorgregeling vast te stellen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder hiertoe dan ook afwijzen.
Huwelijksvermogensrecht/draagplicht voor schulden
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat ieder van partijen voor de helft draagplichtig is voor de voor 28 februari 2023 bestaande en door haar opgesomde schulden. Bij beschikking van 24 april 2024 heeft de rechtbank overwogen dat het Pools recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen. Het Poolse recht kent drie vormen van vermogen: het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, het privévermogen van de vrouw en het privévermogen van de man. Beide echtgenoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schulden die een van hen aangaat om te voldoen aan de alledaagse behoeften van het gezin (artikel 30 van Pro het Wetboek betreffende Familie en Voogdij). Hierop kan een uitzondering worden gemaakt op grond van artikel 30 par Pro. 2 Wetboek van Familie en Voogdij, in die zin dat de aansprakelijkheid voor deze schulden op grond van zwaarwegende omstandigheden kan worden beperkt tot de echtgenoot die deze is aangegaan. Als een van de echtgenoten een schuld aangaat zonder de instemming van de andere echtgenoot of als de schuld niet verband houdt met een rechtshandeling, of als de schuld werd aangegaan vóór de gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten van kracht werd, of als de schuld betrekking heeft op eigen activa, kan de schuldeiser enkel eisen dat de schuld wordt voldaan uit de eigen goederen van de schuldenaar of specifieke activa die tot de gemeenschap van goederen behoren (artikel 41 en Pro 42 van het Wetboek betreffende Familie en Voogdij). Op grond van artikel 41 zijn Pro schulden die niet in de categorie van artikel 30 vallen Pro alleen voor rekening van beide echtgenoten als de echtgenoot die de schuld niet zelf is aangegaan van deze schuld wist dan wel toestemming had gegeven voor het aangaan van deze schuld. Als een van de echtgenoten een schuld aangaat met de instemming van de andere echtgenoot, kan de schuldeiser eisen dat de gemeenschappelijke goederen ook worden aangewend om deze schuld af te lossen. Evenals naar Nederlands recht kent het Pools recht geen “verdeling” van schulden; gelet op de hoofdelijke verbondenheid van echtgenoten voor genoemde schulden, kan de rechter hooguit een onderlinge draagplicht vaststellen.
Tijdens de vorige zitting hebben partijen afgesproken dat de advocaat van de man naar Pools recht zijn standpunt hierover zal geven en dat met de wederpartij (de vrouw) zal delen. De wederpartij zou vervolgens daarop reageren. Als partijen niet tot overeenstemming zouden komen op dit punt, zouden zij de rechtbank daarover informeren met vermelding van ieders standpunt en zou het verzoek van de vrouw tijdens de zitting van 19 juni jongstleden worden behandeld.
Voorafgaand aan de zitting van 19 juni jongstleden heeft de rechtbank van geen van de partijen een nader standpunt ontvangen over de verdeling van de schulden. Tijdens de zitting heeft de man aangevoerd dat dit verzoek van de vrouw moet worden afgewezen, primair omdat de vrouw haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Subsidiair voert de man aan dat hij naar Pools recht niet draagplichtig is voor deze schulden, nu deze schulden niet zijn aangegaan ten behoeve van de alledaagse behoefte van het gezin van partijen en hij geen toestemming heeft gegeven voor het aangaan van deze schulden. Gelet hierop voert de man aan niet draagplichtig voor deze schulden te zijn.
De vrouw heeft tegen dit standpunt van de man geen verweer gevoerd.
De rechtbank overweegt dat de vrouw, met uitzondering van de belastingschulden van 2021 en 2022, het bestaan van schulden niet heeft onderbouwd. Voor zover haar verzoek ziet op schulden anders dan de belastingschulden van 2021 en 2022, wordt dit als onvoldoende onderbouwd afgewezen. Met betrekking tot de draagplicht voor de belastingschulden van 2021 en 2022 overweegt de rechtbank als volgt. De man heeft gemotiveerd aangegeven waarom hij op grond van het Poolse recht niet draagplichtig voor de schulden is. Het had op de weg van de vrouw, als verzoekende partij, gelegen om vervolgens nader te onderbouwen waarom de man hiervoor wel draagplichtig zou zijn. Dit heeft zij niet gedaan, ten gevolge waarvan de rechtbank het verzoek van de vrouw ook ten aanzien van de belastingschulden van 2021 en 2022 zal afwijzen.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af het meer of anders verzochte;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juli 2025.