ECLI:NL:RBDHA:2025:16838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig verblijf voor Unieburger wegens onvrijwillige werkloosheid en belangenafweging
De rechtbank Den Haag behandelt het beroep van een Poolse Unieburger die sinds 2018/2019 in Nederland verblijft en tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie bezwaar maakt over het ontbreken van rechtmatig verblijf. De minister stelde vast dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat hij niet onvrijwillig werkloos is en geen recht heeft op een WW-uitkering.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn werkloosheid onvrijwillig is en dat de minister de belangenafweging onzorgvuldig heeft gemaakt door sociale zekerheidsaspecten buiten beschouwing te laten. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor onvrijwillige werkloosheid, geen inschrijving bij het UWV of sollicitatiepogingen heeft aangetoond, en dat de minister terecht heeft vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf heeft.
De belangenafweging is volgens de rechtbank zorgvuldig gemaakt, waarbij rekening is gehouden met eisers langdurige werkloosheid, gebrek aan middelen, zwervend bestaan en alcoholverslaving. De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, aangezien de bodemzaak is afgerond en er geen connexiteit meer is.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J. Smeets op 29 augustus 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.