ECLI:NL:RBDHA:2025:16862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds 13 juni 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens om schadevergoeding verzocht. De rechtbank heeft het beroep op 5 september 2025 behandeld via telehoor.
De rechtbank heeft eerder op 5 augustus 2025 geoordeeld dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was. Nu stond alleen de rechtmatigheid van de voortzetting sinds 1 augustus 2025 ter beoordeling. Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting was omdat de aangevraagde laissez-passer sinds 5 februari 2025 niet was afgegeven en dat de bewaring zwaar op hem drukte. Tevens stelde hij bereid te zijn mee te werken en een lichter middel te accepteren.
De rechtbank oordeelde dat zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt, mede omdat het tijdsverloop sinds de aanvraag van het laissez-passer niet onredelijk lang is en eiser onvoldoende meewerkt. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting, zoals blijkt uit recente rappels aan Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken. De stelling van eiser dat de tolk onpartijdig was, werd niet gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.