ECLI:NL:RVS:2024:5027
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep tegen uitspraak rechtbank
Bij besluit van 20 april 2024 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 10 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin behoeven te worden beantwoord. Tevens werd verwezen naar een eerdere uitspraak van 6 mei 2024 waarin een vergelijkbare rechtsvraag was beantwoord.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.