ECLI:NL:RBDHA:2025:16892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Roemeense nationaliteit dragende vreemdeling, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet omdat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had en het risico bestond dat hij zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde dat hij bestendig verblijf had opgebouwd in Roemenië en Duitsland, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf had en dat zijn terugkeer naar Roemenië geen daadwerkelijke en effectieve beëindiging van verblijf in Nederland betrof.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor bewaring, waaronder het risico van ontduiking van toezicht en het niet naleven van vertrekverplichtingen, voldoende waren onderbouwd en niet betwist door eiser.
De ambtshalve toetsing wees uit dat de maatregel niet onrechtmatig was en dat geen bezwaren bestonden op grond van familie- en gezinsleven of non-refoulement. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.