ECLI:NL:RBDHA:2025:16899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en toetsing non-refoulementbeginsel
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds mei 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2025 behandeld.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn verwijdering uit Nederland, onder meer vanwege het uitblijven van een laissez-passer en onvoldoende rappelleren. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel degelijk maandelijks uitzettingshandelingen verricht, waaronder rappelleren en vertrekgesprekken, en dat de vertraging grotendeels afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten.
Voorts voerde eiser aan dat verweerder een geactualiseerde toets aan het non-refoulementbeginsel moet uitvoeren bij de tenuitvoerlegging van het terugkeerbesluit. De rechtbank volgde het arrest Ararat van het Hof van Justitie EU en stelde vast dat de bewaringsrechter ambtshalve moet toetsen of verwijdering in strijd is met dit beginsel. Op basis van het dossier en de feiten concludeerde de rechtbank dat geen aanwijzingen zijn dat terugkeer naar Algerije het non-refoulementbeginsel schendt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.