De schuldenaar is op 1 november 2024 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een looptijd tot 1 mei 2026. De bewindvoerder heeft op 1 juli 2025 een verzoek tot tussentijdse beëindiging ingediend wegens ernstige tekortkomingen van de schuldenaar in het nakomen van informatie- en afdrachtverplichtingen. Tijdens een verhoor op 25 april 2025 bleek onder meer dat verstrekte informatie onjuist of onvolledig was en dat de schuldenaar niet reageerde op verzoeken om maandelijkse stukken aan te leveren.
De schuldenaar is herhaaldelijk gewezen op de gevolgen van het niet nakomen van verplichtingen, maar heeft geen gehoor gegeven aan termijnen en verzoeken. Op de zitting van 8 september 2025 verscheen de bewindvoerder wel, maar de schuldenaar niet, ondanks correcte oproeping en zonder opgaaf van redenen. De rechtbank stelt vast dat de schuldenaar de informatie- en afdrachtverplichtingen niet is nagekomen en dat dit verwijtbaar en ernstig is.
De rechtbank besluit daarom de WSNP tussentijds te beëindigen, waardoor de schuldeisers hun vorderingen weer kunnen verhalen. Tevens wordt de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld op € 4.897,36, en wordt de bewindvoerder opgedragen een eventueel resterend boedelsaldo onder de schuldeisers te verdelen.