ECLI:NL:RBDHA:2025:1695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na inwilliging asielaanvraag en intrekking beroep
Verzoeker diende op 11 november 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 19 november 2024 besloot de minister alsnog in het voordeel van verzoeker, waarna het beroep werd ingetrokken. Verzoeker verzocht vervolgens om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog het inwilligend besluit te nemen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van professionele juridische hulp werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe van €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht 2024, waarbij één punt voor het indienen van het verzoek werd gehanteerd. Er waren geen overige kosten die vergoed konden worden. De uitspraak werd openbaar gedaan op 30 januari 2025.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €453,50 aan proceskostenvergoeding aan verzoeker.