Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
1) Eiser identiteit, nationaliteit en herkomst
2) Bedreigingen door Al Shabaab
4.1. De minister heeft eisers naam, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eisers geboortedatum is niet geloofwaardig, omdat eiser wisselend heeft verklaard over zijn leeftijd tijdens zijn gehoren. Om deze reden is de leeftijdsregistratie door de Griekse autoriteiten, te weten [geboortedatum 2], aangehouden. De bedreigingen door Al Shabaab zijn door de minister ook ongeloofwaardig bevonden. Volgens de minister voldoet eiser niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder a en c, van de Vw 2000. Uit de geloofwaardig geachte nationaliteit en herkomst van eiser volgt niet dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft. Dat eiser uit Somalië komt is op zichzelf niet genoeg om een vluchteling te zijn. Ook loopt eiser volgens de minister bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico op ernstige schade.
Leeftijdsregistratie in Griekenland5.1. Eiser voert aan dat de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024 [2] het uitgangpunt dient te zijn met betrekking tot eisers identiteit en de daaraan gekoppelde leeftijd. In Griekenland heeft een leeftijdsbeoordeling plaatsgevonden waar niet zonder meer van kan worden uitgegaan op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook al is op basis van eisers eigen verklaringen aangesloten bij de Griekse leeftijdsregistratie, dit laat onverlet dat uit het bestreden besluit niet blijkt of en in hoeverre de minister rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Dit leidt tot een motiveringsgebrek, aldus eiser.
5.2.De rechtbank is van oordeel dat de minister in het bestreden besluit afdoende heeft gemotiveerd waarom is uitgegaan van de leeftijdsregistratie in Griekenland. De minister heeft terecht overwogen dat eiser wisselend heeft verklaard over zijn geboortedatum. Eiser heeft verklaard dat hij ten tijde van de aanvraag in Griekenland ([jaartal 2]) 17 jaar oud was, terwijl eiser ook verklaard heeft te zijn geboren in [jaartal 3]. Daarnaast heeft eiser tijdens het schouwgehoor verklaard met hetzelfde geboortejaar in Griekenland geregistreerd te staan als in Nederland, namelijk [jaartal 4]. Later in het gehoor heeft eiser verklaard dat zijn geboortedatum in Griekenland verkeerd is geregistreerd. Eiser heeft ook geen indicatieve stukken overgelegd waaruit blijkt dat van de verkeerde datum wordt uitgegaan, zodat de minister de leeftijdsregistratie in Griekenland heeft kunnen aanhouden. De rechtbank volgt eiser daarnaast niet in zijn stelling dat het referentiekader van eiser, namelijk zijn jeugdige leeftijd en ontwikkeling, onvoldoende zou zijn betrokken bij de beoordeling. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangevoerd dat uit de verklaringen van eiser zou kunnen blijken dat hij niet heeft begrepen wat aan hem is gevraagd. Met de minister is de rechtbank van oordeel dat dit niet uit de gehoren valt af te leiden. Uit de gehoren blijkt immers niet dat eiser de vragen niet heeft begrepen. Daarnaast zijn op verschillende momenten verduidelijkende vragen gesteld. Ook uit de correcties en aanvullingen blijkt niet dat eiser de vragen niet zou hebben begrepen. Door eiser is verder niet onderbouwd op welke punten het referentiekader onvoldoende zou zijn meegewogen, zodat de beroepsgrond niet slaagt.
Problemen met Al-Shabaab5.3. Eiser voert aan dat uit het voornemen onvoldoende blijkt op welke gronden kan worden aangenomen dat eiser meer had moeten kunnen verklaren over de gebeurtenissen thuis en ten tijde van de begrafenis. De begrafenis heeft direct na de ingrijpende gebeurtenissen plaatsgevonden. Daarnaast was eiser geshockeerd. Onder deze omstandigheden weet eiser een aantal zaken niet te benoemen, wat in het licht van de beschreven gebeurtenissen begrijpelijk is. Dit wordt in het bestreden besluit onvoldoende onderkend. Eiser stelt verder dat de minister ten onrechte tegengeworpen heeft dat eiser geen concrete en duidelijke informatie heeft kunnen geven over de inhoud van de bedreiging. Eiser wijst nadrukkelijk op pagina 8 van het gehoor van 21 januari 2025, waar eiser heeft verklaard dat Al Shabaab hem heeft gebeld, dat zij hebben verklaard zijn vader te hebben gedood omdat hij niet met hen wilde werken en dat eiser hetzelfde lot zou staan te wachten als hij niet met hen zou willen werken. De minister is hieraan voorbij gegaan, wat leidt tot een motiveringsgebrek. Uit deze verklaringen volgt eveneens dat eiser zijn vrees voor Al Shabaab concreet en individualiseerbaar heeft gemaakt, nu hij heeft verklaard wat er in het telefoongesprek is besproken in relatie tot zijn vader. Eiser voert tot slot aan dat het gegeven dat leden van Al Shabaab in de publieke ruime aanwezig zijn, niet tegenstrijdig is met het gegeven dat eiser in zijn zoektocht naar een smokkelaar de betreffende jongens op straat heeft aangesproken. Eiser heeft hierbij een risico-inschatting gemaakt, waarbij moet worden opgemerkt dat eiser twee jongens heeft aangesproken en bijvoorbeeld niet een alleenstaande persoon/man. Het is volgens eiser onbegrijpelijk dat door de minister wordt erkend dat eiser onder hoge druk heeft gestaan, maar dat de minister niet meegaat in de risicoafweging die eiser heeft geschetst.
5.4. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat van eiser mocht worden verwacht dat hij uitgebreider kon verklaren over het verloop van de dag. Uit de besluitvorming blijkt dat de minister, gelet op eisers referentiekader en eisers afwezigheid tijdens de moord op zijn ouders, niet van eiser verwacht dat hij op de hoogte was van de gebeurtenissen ten tijde van de moord op zijn ouders. Wel verwacht de minister dat eiser uitgebreider kon verklaren over de gebeurtenissen bij hem thuis en ten tijde van de begrafenis. De rechtbank volgt de minister hierin. Hierbij heeft de minister kunnen betrekken dat de gestelde problemen met Al Shabaab de kern vormen van eisers asielrelaas zodat van hem verwacht mag worden dat hij meer hierover vertelt. De minister heeft in dit licht kunnen tegenwerpen dat eiser niet heeft kunnen vertellen wie de personen waren die de lichamen van eisers ouders kwamen brengen en op welk moment van de dag dit was. De minister heeft dan ook niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat van hem meer gedetailleerde verklaringen mogen worden verwacht over de kern van zijn asielrelaas.