ECLI:NL:RBDHA:2025:17087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling zorgregeling wegens onvoldoende inzet vader
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om een regeling vast te stellen inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Na een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, waarbij rapporten en F9-formulieren van beide ouders werden betrokken, werd geconstateerd dat de moeder een veilige opvoedomgeving biedt. De vader had de begeleide omgang via Senzazorg voortijdig stopgezet, was moeilijk bereikbaar en toonde weinig bereidheid tot hulpverlening.
De Raad adviseerde aanvankelijk om de beslissing negen maanden aan te houden om de vader de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op contact met de kinderen en hulp te zoeken. De moeder was het niet eens met dit advies en stelde dat de vader een proactieve houding had moeten tonen, wat niet is gebleken.
De rechtbank concludeerde dat de vader onvoldoende inzet toont om contact met zijn kinderen te onderhouden, niet verschijnt bij afspraken, en ook zijn advocaat geen contact met hem kan krijgen. Gezien deze omstandigheden ziet de rechtbank geen reden de behandeling langer aan te houden en wijst het verzoek van de vader af.
De beschikking is uitgesproken door rechter H.M. Boone op 17 september 2025.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling wordt afgewezen vanwege onvoldoende inzet.