ECLI:NL:RBDHA:2025:17087

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
17 september 2025
Zaaknummer
C/09/650242 / FA RK 23-4824
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling zorgregeling wegens onvoldoende inzet vader

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om een regeling vast te stellen inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Na een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, waarbij rapporten en F9-formulieren van beide ouders werden betrokken, werd geconstateerd dat de moeder een veilige opvoedomgeving biedt. De vader had de begeleide omgang via Senzazorg voortijdig stopgezet, was moeilijk bereikbaar en toonde weinig bereidheid tot hulpverlening.

De Raad adviseerde aanvankelijk om de beslissing negen maanden aan te houden om de vader de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op contact met de kinderen en hulp te zoeken. De moeder was het niet eens met dit advies en stelde dat de vader een proactieve houding had moeten tonen, wat niet is gebleken.

De rechtbank concludeerde dat de vader onvoldoende inzet toont om contact met zijn kinderen te onderhouden, niet verschijnt bij afspraken, en ook zijn advocaat geen contact met hem kan krijgen. Gezien deze omstandigheden ziet de rechtbank geen reden de behandeling langer aan te houden en wijst het verzoek van de vader af.

De beschikking is uitgesproken door rechter H.M. Boone op 17 september 2025.

Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling wordt afgewezen vanwege onvoldoende inzet.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-4824
Zaaknummer: C/09/650242
Datum beschikking: 17 september 2025

Regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 28 juni 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Schnoor in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci in Delft.

Procedure

Bij beschikking van 24 maart 2025 van deze rechtbank is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen.
De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 26 juni 2025;
- een F9-formulier van 27 augustus 2025 van de vrouw;
- een F9-formulier van 28 augustus 2025 van de man.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een onderzoek verricht en daarover gerapporteerd. De raad adviseert een beslissing op het verzoek tot het vaststellen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan te houden voor een periode van negen maanden.
Uit het rapport blijkt dat de moeder de kinderen een veilige opvoedomgeving biedt,
waarbinnen enigszins ruimte was voor begeleide omgang met de vader. De vader heeft
de begeleide omgang door Senzazorg echter afgebroken. De Raad adviseert nog niet tot afwijzing van het verzoek omdat zij het in het belang van de kinderen acht dat zij hun vader leren kennen.
De Raad merkt daarbij op dat de vader zich dient voor te bereiden op fysieke contacten met de kinderen en dat hulpverlening daarvoor noodzakelijk is. De Raad heeft onvoldoende vertrouwen in de opvoedvaardigheden van de vader en ook heeft de vader geen vaste woon- of verblijfplaats. Er is ook hulpverlening nodig voor beide ouders om het verleden te verwerken. Gebleken is dat de vader er moeite mee heeft om zich communicatief in te leven in de kinderen. Hij heeft de begeleide omgang voortijdig stopgezet, is moeilijk bereikbaar en wispelturig omtrent het starten en accepteren van begeleide omgang. Om de vader te tijd te geven hulp te zoeken en zich voor te bereiden op contacten met de kinderen adviseert de Raad de behandeling van het verzoek aan te houden.
De moeder is het niet eens met het advies van de Raad. De moeder stelt zich op het standpunt dat als de vader contact met de kinderen daadwerkelijk belangrijk vindt, een pro- actieve houding van hem verwacht mag worden. Hiervan is tot nu toe niet gebleken.
De advocaat van de vader heeft de rechtbank geïnformeerd dat het haar niet is gelukt het rapport met de vader te bespreken. Zij heeft om een nadere termijn gevraagd, welke haar niet is verleend, gelet op het feit dat de vader ook voor de Raad niet tot nauwelijks bereikbaar was en de moeder evenmin iets van hem verneemt. De rechtbank heeft dan ook niet de verwachting dat de vader alsnog zal reageren.
De rechtbank zal het verzoek van de vader om een definitieve zorgregeling vast te stellen afwijzen. De rechtbank is van oordeel dat de vader niet tot nauwelijks inzet laat zien om zijn kinderen te zien, wat in de gegeven situatie wel van hem verwacht mag worden. De vader is niet op het kantoor van de Raad verschenen, zodat de Raad hem alleen telefonisch heeft kunnen spreken. De vader heeft de begeleide omgang stopgezet en lijkt niet open te staan voor hulpverlening. Ook zijn advocaat kan kennelijk geen contact met hem krijgen. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om een beslissing op het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling niet langer aan te houden.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2025.