ECLI:NL:RBDHA:2025:17108
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensdetentie
Eiser is door de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze maatregel behandeld en beoordeeld of de maatregel gerechtvaardigd en proportioneel is.
De rechtbank overweegt dat het grensbewakingsbelang in beginsel het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel vereist, tenzij bijzondere individuele omstandigheden deze maatregel onevenredig bezwarend maken. Eiser stelde dat zijn detentie te lang duurt en als gevangenis aanvoelt, maar de rechtbank constateert dat de termijn van dertien weken nog niet is overschreden en dat het asielberoep binnenkort wordt behandeld.
Daarnaast zijn de door eiser genoemde omstandigheden, zoals moeilijkheden bij het belijden van zijn geloof, het eten en stressgerelateerde hoofdpijn, onvoldoende om de maatregel onrechtmatig te achten. De medische dienst heeft eiser geholpen bij zijn klachten. De rechtbank concludeert dat de minister terecht geen lichter middel heeft toegepast en dat de maatregel niet onredelijk is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.