ECLI:NL:RBDHA:2025:17154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet
Eiser, een Congolese asielzoeker, heeft sinds 2013 meerdere aanvragen en beroepen ingediend met betrekking tot zijn verblijf in Nederland, waaronder een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. Na afwijzing van eerdere aanvragen en beroepen, diende eiser op 28 juni 2022 een aanvraag om uitstel van vertrek in. De minister weigerde deze aanvraag op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 30 maart 2023, waarin werd vastgesteld dat eiser ondanks zijn psychische klachten kan reizen en geen medische noodsituatie verwacht wordt.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies verouderd was en dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door het advies uit maart 2023 te gebruiken zonder rekening te houden met een latere medische verklaring van zijn psychiater. Ook stelde eiser dat de minister de hoorplicht had geschonden door hem niet te horen in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies geldig bleef omdat eiser geen nieuwe medische gegevens had verstrekt na herhaalde verzoeken en dat de minister terecht geen hoorzitting hield gezien het ontbreken van nieuwe informatie.
De rechtbank concludeerde dat de minister het besluit tot afwijzing van het uitstel van vertrek terecht in stand heeft gelaten en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn medische situatie zodanig is gewijzigd dat een nieuw advies noodzakelijk was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.