ECLI:NL:RBDHA:2025:17259
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overlevering aan Frankrijk in asielzaak
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag en verzet aangetekend tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank die dit beroep ongegrond verklaarde.
Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet aan Frankrijk zou worden overgedragen voordat op het verzet was beslist. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 14 augustus 2025.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, nu op hetzelfde moment een uitspraak werd gedaan in de bodemzaak waarin het verzet werd behandeld, een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister van Asiel en Migratie tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan op 17 september 2025 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten.