ECLI:NL:RBDHA:2025:17259

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
NL25.32034
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overlevering aan Frankrijk in asielzaak

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag en verzet aangetekend tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank die dit beroep ongegrond verklaarde.

Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet aan Frankrijk zou worden overgedragen voordat op het verzet was beslist. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 14 augustus 2025.

De voorzieningenrechter oordeelde dat, nu op hetzelfde moment een uitspraak werd gedaan in de bodemzaak waarin het verzet werd behandeld, een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af als kennelijk ongegrond.

Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister van Asiel en Migratie tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan op 17 september 2025 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32034

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij uitspraak van 9 juli 2025 [1] (de aangevallen uitspraak) heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van verzoekster tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet aan Frankrijk zal worden overgedragen voordat er op het verzet is beslist.
De rechtbank heeft het verzoek op 14 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de gemachtigde van verweerder en [tolk] als tolk.

Overwegingen

1. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.27172, heeft de rechtbank beslist op het verzet waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Gelet op de uitkomst van de beroepszaak ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907 (negenhonderdzeven euro).
Deze uitspraak is gedaan op 17 september 2025 door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.