ECLI:NL:RBDHA:2025:17289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij besluitmoratorium Syrië
Eiser stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op zijn asielaanvraag, omdat de minister niet tijdig zou hebben beslist. De rechtbank constateerde dat de minister geen verweerschrift had ingediend en dat partijen geen zitting wensten.
De aanvraag van eiser was ontvangen op 12 januari 2024, met een standaard beslistermijn van zes maanden, die zou aflopen op 12 juli 2024. Echter, vanwege een besluitmoratorium voor Syriërs, dat op 14 december 2024 in werking trad, werd deze termijn verlengd met een jaar tot maximaal 21 maanden. Eiser viel niet onder uitzonderingen op het moratorium.
De ingebrekestelling van eiser op 24 juni 2025 was daarom prematuur, aangezien de verlengde beslistermijn pas op 12 juli 2025 afliep. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat niet voldaan was aan de vereiste termijn van ingebrekestelling. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling in het kader van het besluitmoratorium voor Syriërs.