ECLI:NL:RBDHA:2025:17433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken bijkomende elementen van afhankelijkheid
Eiseres, een meerderjarige vrouw met onbekende nationaliteit woonachtig in Libanon, verzocht via haar zoon, die een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft, om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van voldoende bewijs voor bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en haar zoon.
Eiseres voerde aan dat zij emotioneel en financieel afhankelijk is van haar zoon, mede door ernstige medische klachten die haar zelfstandigheid beperken. De rechtbank oordeelde dat de medische situatie niet ernstig genoeg is en dat er geen sprake is van constante zorg en ondersteuning door familieleden. Ook de emotionele en financiële afhankelijkheid, samenwoning en banden met het land van herkomst en Nederland werden meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat de minister een brede en zorgvuldige beoordeling heeft gemaakt en dat de combinatie van omstandigheden niet leidt tot het aannemen van beschermenswaardig gezins- of familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een besluit was genomen. Het beroep tegen het inhoudelijke besluit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde de minister wel tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten vanwege de te late beslissing. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid.